6 augustus 2018

Overpeinzingen

Theater

Als een zwarte kat glip ik tussen de schaduwen. Het groene bordje van de nooduitgang werpt een spookachtig schijnsel, versiert subtiel het uitgestrekte, donkere gebouw waarin ik mij bevind. Ik hoor een zwaar, zoemend geluid, een diepe, monotone bas, die mogelijk uit de regiekamer komt, maar die zich als een soundtrack vol duistere schoonheid door het holst van het gebouw rondom mij verspreidt.
 

Ik duw de zware deuren open. Onmiddellijk verwelkomt het nachtelijke theater mij met die ene geur:  van donkere, eindeloos lange gordijnen, van verlangen, van een vleugje rook, van subtiele noten van parfum van de toeschouwers eerder deze avond, en van verboden dingen. Het is de geur van zwart en rood, een curieus spel van inkt en bloed.

Enkele spotjes verlichten zwak de lange rijen dieprode stoelen, een blauwig schijnsel afkomstig van een paneel doorbreekt de zwarte massa van het podium daarginds. De vleugel kan ieder moment beginnen te spelen; de klep staat al omhoog. Ik ga zitten op één van de stoelen en wacht tot de voorstelling begint. Ik wacht en wacht en wacht, sta op, sluip langs de stoelen, ren over de trappen, zoek naar iets of iemand, maar vind slechts mysterie, flarden van verlangens, heimwee, dromen. Voordat ik ze kan vangen schieten ze weg in het duister tussen de stoelen. 

Dan klim ik op het podium, ga in het midden van de lege ruimte zitten, laat mijzelf opnemen in haar duisterheid en andersom. Ik wentel mij in de nacht, in het geheim van de theaterzaal, dat zich niet openbaart, en juist daardoor mijn ziel voedt.

Ik kijk de zaal in. Zonder dat ik het wist is de voorstelling begonnen. De voorstelling ben ik zelf. 

30 juli 2018

Koning Winter

En de hermelijn knipperde met zijn ogen en tuurde langdurig naar de lucht, waarna de zon uitdoofde en de winter zich aandiende. 

8 juli 2018

Overpeinzingen

De akker en ik

Vanuit de trein kijk ik naar de lichtgrijze lucht schuin boven me. Er zijn wolken in dier- en lettervormen en vanachter één van hen piept even een zonnestraal tevoorschijn. Zij creëert een lichtspel dat doet denken aan schilderijen uit de zeventiende eeuw, en verdwijnt dan even plotseling als ze kwam. Nederlandse luchten zijn het mooist. Over een klein half uur zal de trein stoppen op een station in het zuiden des lands. Maar ik stap uit ergens midden in het verlaten landschap.

Op mijn gemak wandel ik naar de rand van de uitgestrekte akker die ik straks vanuit de trein zag. Als een zee strekken overvloedige meters aan rulle grond zich uit, keurige voren incluis, de grond variërend van houtachtig leem tot zwaar donkerbruin. Ze is vlak en ik kan haar helemaal overzien, tot aan de rij bomen daar heel in de verte. Een akker, een baken van rust onder een bewolkte lucht. Diep snuif ik de geur van vochtige aarde op, en luister aandachtig. Er is slechts de aangenaam koele wind op een tijdloze plek. Maar verhalen zijn overal, en naarmate ik hier langer ben voert de wind geuren en gebeurtenissen mee uit een tijd van weleer, plant ze in mijn hoofd, en maakt zo enkele waardevolle nieuwe herinneringen aan iets dat ik niet ken, niet kan kennen, maar wel voel.

Mijn vingers graven in de grond en ik laat de aarde van de akker losjes door mijn vingers glijden. Dan sla ik haar op in mijn hoofd. Het is alles dat ik kan doen. Ik sla haar op, zorgvuldig, ergens in de buurt van het speelgoedmuseum en de ui-klank.